Hanzestad Wismar is één van de bekendste bezienswaardigheden in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Het historisch centrum van deze hanzestad staat op de werelderfgoedlijst van Unesco.
We bezoeken de stad op onze campertrip door Noord-Duitsland.
Inhoudsopgave
Bezienswaardigheden in Wismar
Als we vanaf onze camperplaats de stad inlopen, zien we als eerste dit prachtige, oude vakwerkgebouwtje boven een beekje.

Gevels
De opvallendste bezienswaardigheden van Wismar zijn de gevels. Eén van de oudste is die van de Alter Schwede op het marktplein. Een stadshuis dat gebouwd werd rond 1380. In de 19e eeuw kwam er een herberg in het pand met de naam Alter Schwede (Oude Zweed), als weemoedige herinnering aan de Zweedse periode van de stad. Ook langs de rest van het plein en de binnenstad zien we veel bijzondere gevels.
NIet te missen op het plein is de Wasserkunst (Waterkunst), het symbool van de stad. Het is een bouwerk in Hollandse renaissancestijl, waarvandaan vroeger het water over de stad gedistribueerd werd.











Tijdens onze wandeling door Wismar houden we koffiepauze op het gezellige binnenplaatsje van Café Glücklich.


Uitzicht op Wismar vanaf de Georgenkirche (Sint-Joriskerk)
De Georgenkirche (Sint-Joriskerk) is de grootste kerk van Wismar. Na een ingrijpende restauratie is het gebouw in 2011 weer in gebruik genomen, niet alleen als kerk, maar vooral ook voor culturele evenementen. Vanuit de kerk gaan we met de lift naar een uitzichtplatform voor een blik op Wismar. In de kerk valt mijn oog op Sint-Joris (Georg) en de Draak. Daar maak ik altijd een foto van, omdat Sint-Joris de beschermheilige is van onze woonplaats Amersfoort.




Wismar heeft meer bezienswaardige kerken. Meer hierover op de website met toeristische informatie van de stad.
De oude haven van hanzestad Wismar
De haven van de stad bestaat al sinds 1211. In de hanzetijd verhandelden ze er allerlei goederen. Nu liggen er rondvaartboten, plezierjachten, traditionele schepen en visserskottertjes waarvanaf je verse vis en broodjes vis kunt kopen. Ook leggen er cruiseschepen aan. De locatie en de vorm van de haven zijn al die eeuwen hetzelfde gebleven, maar het is heel mooi opgeknapt en er zijn gerestaureerde oude gebouwen, moderne apartementengebouwen, restaurants, cafés en winkels.
Het Boomhuis, op het verste eind van de haven (vanaf de stad), is een barok gebouw uit het midden van de 18e eeuw. De naam doet denken aan een boomhut, maar het woord boom komt van barrière (als in ‘slagboom’). Het dankt zijn naam aan de Bohmschlütern, havenmedewerkers die er vroeger woonden en de haven ’s nachts en bij dreigend gevaar blokkeerden. Voor de ingang van het gebouw staan twee houten Zweedse hoofden. Tegenwoordig is het Boomhuis een museum dat vertelt over de geschiedenis van hanzestad Wismar en de scheepsbouw.




Het eiland Poel
Het kleine eiland Poel ligt in de baai van Wismar, net buiten de stadspoorten. Wij zijn hier niet geweest, maar het hoort wel in het rijtje bezienswaardigheden thuis. Het is bereikbaar met de auto of het openbaar vervoer via een verhoogde weg en een kleine brug. Er is ook een bootverbinding vanuit de haven van Wismar. Het is erg vlak, dus ideaal om per fiets te verkennen. Lees meer op Vakantie op het eiland Poel.
Ga voor meer toeristische informatie naar de website van Wismar.
Het verhaal van Wismar
Wismar werd tussen 1226 en 1229 gesticht door Lübeckse kolonisten. Ze legden de stad heel planmatig aan. Wismar was vanaf het begin een haven- en handelsstad, die over privileges beschikte. In 1259 sloot de stad een handelsverdrag met Lübeck en Rostock: dat was de kiem van de Hanze, die zou uitgroeien tot het machtige handelsverbond waaraan ook Nederlandse steden aan gingen deelnemen.
Vanaf 1276 kreeg hanzestad Wismar een stadsmuur en werden er drie belangrijke kerken gebouwd. In de stijl van de baksteengotiek: de Marienkirche {Mariakerk}, de Nikolaikirche (Sint-Nicolaaskerk) en de Georgenkirche (Sint-Joriskerk). De graven van Mecklenburg verplaatsten in 1257 hun residentie van kasteel Mecklenburg naar Wismar en bleven er tot 1358, toen ze naar Schwerin gingen.
Zweeds
In 1631, tijdens de Dertigjarige Oorlog, veroverden de Zweden Wismar. De stad bleef eeuwenlang Zweeds. In 1803 verpachtte Zweden Wismar en omgeving voor honderd jaar aan het groothertogdom Mecklenburg en pas op 20 juni 1903 werd de stad officieel Duits.
Rond die tijd kwam de industrialisatie op gang. De scheepsbouw ontwikkelde zich snel, maar ook de handel. In 1881 opende Rudolph Karstadt er zijn eerste warenhuis. Karstadt ontwikkelde zich tot een bekend Duits grootwinkelbedrijf met filialen in het hele land, maar is in 2021, als gevolg van de COVID-19-crisis, failliet gegaan.
Zware schade in WOII
Onder de nazi’s kreeg Wismar een filiaal van de vliegtuigfabriek Dornier, die hier bommenwerpers ging bouwen. Dat maakte de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog het doelwit van geallieerde bombardementen. Die brachten zware schade toe aan de stad: de Georgenkirche ging in vlammen op, evenals een kwart van de woonhuizen. De Marienkirche raakte beschadigd. In 1960 bliezen de DDR-communisten de Marienkirche op, alleen de toren bleef overeind en de kerk is niet herbouwd. De ruïne van de Georgenkirche is pas na de Wende hersteld.
DDR
Op 7 mei 1945 troffen de Brits-Canadese en Russische troepen elkaar in Wismar. De stad ging vervolgens deel uitmaken van de DDR. De scheepsbouw onderging grote uitbreidingen, maar de binnenstad verviel.
Er is tientallen jaren gewerkt aan het herstel van oorlogsschade en verwaarlozing van Wismar. Met geweldig resultaat. De stad is in 2002 samen met Stralsund op de Werelderfgoedlijst van de Unesco geplaatst.
Camperpark Westhafen Wismar
We staan in op loopafstand van het oude centrum, op Wohnmobilpark Westhafen Wismar. De camperplaats is heel populair en je kunt niet reserveren, dus kom op tijd. Inchecken gaat digitaal via een zuil bij de ingang. Het is ’s ochtends heel druk bij plek waar je kunt lozen en tanken. Je kunt dit dus beter bij aankomst doen of bij een ander camping of camerplaats.
