Na een campertrip door Griekenland rijden we via de Balkan terug naar het noorden. Lees mijn reisverslag over onze reis met de camper door de Balkan in de zomer van 2026.
Lees ook mijn reisverslag over onze trip door Griekenland en mijn reisverslag over onze campertrip door de Balkan in 2024.
Inhoudsopgave
Albanië
Met de camper door de Balkan – Korçë
Na een vlotte rit vanaf Kastoria arriveren we aan het eind van de ochtend (uur tijdsverschil) op camping Korca bij Korçë. Het duurt wel een tijdje voor we de grens met Albanië over zijn. Niet omdat de douane streng controleert, maar de Grieken voor ons zijn iets kwijt en zijn een hele tijd bezig om hun auto te doorzoeken. Er wordt speciaal een extra rij geopend, maar wij staan net te ver naar voren om daar in te schuiven. Geen probleem natuurlijk.
Lees mijn blogbericht over camping Korca en over ons fietstochtje naar Boboshticë, een culinair dorpje in de omgeving. Vanaf de camping fietsen we ook naar de bezienswaardige en gezellige stad Korçë. Een ritje van 3 km op een rijbaan waar geen auto’s rijden. Misschien de baan waar auto’s naar uitwijken als ze ingehaald worden of de rijbaan voor ezelkarren en ander heel langzaam verkeer? We waren jaren geleden al een in Korçë. Lees mijn bijgewerkte blogbericht.
We staan 5 nachten op camping Korca; soms alleen, een paar keer met één of twee andere kampeerders en de laatste nacht zomaar met z’n vijven! O.a. een Nederlands gezin, met wie we uitgebreid onze reisschema’s en -ervaringen uitwisselen. Tot de dochter van 12 haar ouders komt halen: ‘We zouden toch een spelletje doen?’ Met de eigenaren van de camping raken we ook aan de praat (onder het genot van een kopje koffie) over o.a. hun huidige premier Rama, die volgens hen ‘more badder’ is dan bad dictator Enver Hoxha.

Met de camper door de Balkan – Tushemisht
De volgende bestemming op onze trip met de camper door de Balkan is camping Arbi in Tushemisht aan het Meer van Ohrid. Een uurtje rijden van Korçë. We stonden al vaker aan het meer, een keer aan de Noord-Macedonische kant en een paar keer aan de Albanese kant op camping Peshku. Dat beviel goed, maar we vinden het wel leuk om een keer dichter bij de stad Pogradec te staan en te ervaren of camping Arbi zo goed is, als de reviews beweren. Dat is hij: twee nette kampeervelden en modern sanitair. Wel weinig schaduw en vrij kleine plekken. Lees mijn blogberichten over Tushemisht en het Meer van Ohrid.
Wijn en raki proeven
Als we een een wandelingetje maken, worden we van straat geplukt door een restauranteigenaar. We moeten vino en raki proeven. Allemaal van de eigen casa. Hij spreekt geen woord Engels (in het communistisch tijdperk heeft hij alleen Russisch als tweede taal geleerd), maar wel een poco Italiaans, en onze woordjes Servo-Kroatisch lijken op Russisch, dus dat helpt iets bij de communicatie. Als hij hoort dat we uit Hollanda komen, legt hij een stapel oude gastenboeken op tafel en moeten we op zoek naar Nederlanders. Na heel lang zoeken, vinden Wim en ik er beiden één.


Als hij onze tafel gaat dekken, schrikken wij. Het is veel te vroeg voor de lunch en we hebben eigenlijk ook al andere plannen. Maar: poco poco, no pagare. We krijgen een heerlijk, vers broodje en kaas, en een bord vol watermeloen. Met hulp van Google translate vertellen we hem dat we vanavond in het restaurant van onze camping gaan eten en binnenkort bij hem komen eten. Het restaurant is niet in de gekke ruimte waar wij zitten, maar in een gewone restaurantruimte en heeft supergoede reviews. Na een tijdje uitzakken bij de camper fietsen we in een paar minuten naar Tushemisht om daar een crêpe-je te eten. We kiezen er beide één met chocolade, caramel en banaan. Lichte lunch, denken we, maar licht en klein bestaat niet als het in Albanië om eten gaat.

Op de fiets naar Pogradec
Wim gaat boodschappen doen in Pogradec en ik fiets voor de gezelligheid mee (kwartiertje fietsen). Heen in ieder geval. Na een ijsje op de boulevard gaat Wim naar de supermarkt en fiets ik over de boulevard terug naar de camping. Langs de restaurants en strandtenten met loungebanken, het honk met schakende mannen, het park waar de ouderen en gezinnen met jonge kinderen lekker in de schaduw zitten en het deel van het strand waar de vakantiegangers onder hun eigen parasols zitten.





Verkeerschaos in Tushemisht
Als Wim en ik op een ochtend even naar Tushemisht fietsen, zien we dat een stukje van de weg tussen de camping en het dorp afgesloten is vanwege een festival. Een politieauto dwars op de weg en een rood-wit lint weerhouden Albanese chauffeurs er echt niet van om zo ver mogelijk door te rijden onder het bekende mom van ‘ik moet daar zijn’. (Wij roepen altijd ‘hij moet daar zijn’ bij dubbelgeparkeerde auto’s, linksfietsende Albanezen enz.) Terugrijden is dan lastig, omdat de volgende chauffeur niet zonder meer achteruit wil rijden, want ook hij ‘moet daar zijn’. Een verkeersregelaar probeert de boel een beetje in goede banen leiden, en dat lukt matig. En de chaos is nog groter als ik er ’s middags nog een keer langsfiets op weg naar de winkel. Ik zag dat de verkeersregelaars zitten te lunchen. Tja, dat moet ook gebeuren.
Als we in het restaurant willen eten van de man die ons spontaan zijn wijn en raki liet proeven, is het dicht. En we gaan de volgende dag weg. Die man zal wel denken, want we hadden het hem beloofd. Dan maar in een ander restaurant; er zijn er hier genoeg. Het eten is heerlijk: gegrilde groente, heerlijk warm brood, verse vis uit het meer (geen idee welke) met een lekkere saus, en ijs met kersensaus en een espresso na.

Noord-Macedonië
Met de camper door de Balkan – Struga
We breken rustig op en rijden naar camping Lira bij Struga aan het Meer van Ohrid, in Noord-Macedonië. Bij de grens hebben we wat oponthoud omdat er vóór ons twee touringcars en twee wat kleinere passagiersbusjes aan de beurt zijn. De chauffeurs lopen met stápels paspoorten naar het loket, dus het duurt even voordat die dle allemaal gecheckt zijn. Na zo’n 45 minuten mogen wij door.
We arriveren aan het begin van de middag op de camping (een klein veld achter een bar-restaurant) en krijgen een plek direct aan het meer. We pakken gelijk de fiets naar Struga om daar te lunchen. Een kleine 3 km. over een wandel-/fietspad. Hier en daar erg hobbelig, maar lekker veilig.


We hebben lang geleden ook al eens bij Struga op een camping gestaan, maar hebben toen daarvandaan alleen Ohrid bezocht, en Struga zelf niet. Het is een levendige stad met als bijzonderheid het water dat vanuit het Meer van Ohrid door de stad heen de rivier de Zwarte Drin in stroomt. Het deel dat door de stad loopt, is gekanaliseerd. De kades staan vol terrassen. En vanaf de kades en de bruggen springen kinderen en volwassenen het water in. Ze zwemmen een stukje met de stroom mee en klimmen dan via één van de trappetjes de wal weer op.

De rest van Struga is, voor zover wij kunnen ontdekken, niet speciaal pittoresk. De oude bazar is nog wel een bezoekje waard; we wandelen ernaartoe door de gezellige, moderne winkelstraat. Bekijk de foto’s in mijn blogartikel Meer van Ohrid.
Naar Ohrid
Onze camping ligt 16 km van Ohrid. Daar waren we ooit al eens, maar we vinden het wel leuk om het nog eens te zien. We willen ernaartoe fietsen, omdat we menen dat dat helemaal over een fietspad langs het meer kan. Maar de campingeigenaar raadt het af omdat je een stuk over de drukke doorgaande weg moet. Hij wil ons wel naar Struga brengen, waar we de bus naar Ohrid kunnen pakken. Terug kunnen we dan een taxi van Struga naar de camping nemen. Maar uiteindelijk beter nog: we kunnen een lift naar Ohrid krijgen. Van zijn zwager en schoonzus blijkt later.
In Ohrid wandelen we langs het meer, door de historische Ottomaanse wijk, waar we een museum bezoeken, en door de moderne(re) winkelstraten. Met natuurlijk de nodige pauzes op terrasjes. Boven de oude stad van Ohrid ligt een kasteelruïne met prachtig uitzicht op het meer en een kerkje. Die hebben we bij ons eerdere bezoek al gezien en mogen we nu overslaan van onszelf.


Als we naar de bushalte lopen om de bus terug naar Struga te nemen, biedt een man aan om ons naar Struga te brengen voor een prijs die maar nét boven de prijs voor de bustickets ligt. En voor een klein extra bedragje naar de camping (waardoor we zelfs goedkoper uit zijn dan met bus en taxi). Pas als we al in zijn auto zitten, realiseren we ons dat het geen taxi is. We krijgen dus eigenlijk gewoon een betaalde lift door iemand die heel slim toeristen aanspreekt, die richting de bushalte lopen. Wat in Nederland en vast ook in Noord-Macedonië verboden is, maar voor de klant niet strafbaar.
Camping K in Debar
Na een prachtige rit (Wim moet wel alert zijn op tegenliggers en scheuren in het wegdek) door een kloof en langs de rivier de Zwarte Drin, die eigenlijk groen is, staan we op Camping K in de stad Debar. Een achtertuincampinkje in de stad. Uitgezocht omdat hij hoog ligt en het er dus niet tropisch heet is (al voelt het wel zo). Om er te komen, moeten we dwars door de stad. Daar is het, met als in Struga, superdruk. Veel Macedoniërs die in Duitsland, Zwitserland, België enz. wonen, zijn nl. nu in hun thuisland op vakantie.
Als we door de stad lopen, worden we constant aangesproken in het Engels, Duits of Italiaans. Waar wij vandaan komen en dat zij in Duitsland, Oostenrijk, New York enz. wonen en hier de zomer doorbrengen. En hoe wij het in Debar vinden en dat we welkom zijn en of ze ons ergens mee kunnen helpen.
Zodra we voor de camper zitten, komen de kippen en kalkoenen (met kuikens) gezellig bij ons rondscharrelen. ’s Avonds gaan we uit eten bij restaurant Drilon (lang zo sfeervol niet als de restaurants in Waterpark Drilon, in Tushemisht, Albanië) met uitzicht op het stuwmeer en als toetje (van het huis) trilece. Typisch Albanees (Debar is etnisch Albanees) maar oorspronkelijk uit Latijns-Amerika. We krijgen heen een lift van de campingeigenaar die er met vrienden heeft afgesproken en we gaan terug met een taxi. Lees mijn blogbericht over Debar.

Met de camper door de Balkan – de Matkakloof
Vanaf Debar rijden we langs de rivier Radika, door het Nationaal Park Mavrovo en langs het Mavrovomeer naar Matka Eco RV Camp. Een hele nieuwe camping vlak bij de Matkakloof en Skopje. Met goede voorzieningen. Alleen een echt aanrecht ontbreekt nog. Zie de provisorische oplossing op de foto hieronder. Ik vraag de eigenaar of hij in ieder geval misschien een plastic tafel heeft om de afwas op te zetten (“my husband cooks with a lot of pans”). Die heeft hij niet, maar wel een krukje. Hij doet zijn best.



We kiezen deze camping weer omdat hij wat hoger ligt en de nachten dus redelijk koel zijn. Overdag is het gewoon heet, helaas. Vlakbij is wel een verkoelende rivier. Onze campingburen vertellen dat het water 9 graden is. Ik volg hun tip om tot mijn middel het water in te lopen en mezelf dan onder te dompelen. Heerlijk! Heel jammer dat er veel (picknick)zwerfafval ligt. Het zou anders een toeristisch paradijsje kunnen zijn. De campingeigenaar vertelt dat er ambitieuze plannen zijn om met een investeerder de omgeving toeristvriendelijk te maken. Hopelijk gaat dat lukken. We komen vast nog wel eens met de camper in de Balkan; dan kunnen we zien hoe het ermee staat.

Vanaf de camping bieden ze een leuk arrangement. De vader van de eigenaar brengt ons met de auto naar de Matkakloof. Daar doen we een boottocht. Niet spectaculair, maar wel heel plezierig. Bij het begin van de kloof zijn kiosken met ijs en drinken, souvenirstalletjes en restaurants. We drinken voor en na de boottocht wat, lunchen in één van de restaurants en sturen daarna een WhatsAppje naar de campingeigenaar dat we opgehaald willen worden. Binnen een kwartiertje staat pa voor onze neus. Op de heen- en de terugweg kletst hij voortdurend tegen ons. Geen idee wat hij allemaal vertelt…




Servië
Motel Predejane
We zijn van plan om eind augustus in Nederland te zijn en trekken 9 augustus alvast een stukje naar het noorden, zodat we niet op het laatst hoeven haasten. We gaan op camping Popoland in Servië staan (half uur vertraging bij de grens). Onderweg lunchen we bij motel Predejane. Niets veranderd sinds we hier in 2009 op de camping van het motel overnachtten (er waren toen nog nauwelijks campings in Servië). Druk, sfeerloos, kelners in zwarte broek en witte bloes, die de bestellingen op serveerwagens brengen. Een grote verandering is wel dat het motel niet meer aan de doorgaande weg ligt; je moet nu van de tolweg af om er te komen.



Met de camper door de Balkan – Popoland Camp
Camping Popoland bestaat pas sinds vorig jaar, maar wordt al heel goed gevonden. Waarschijnlijk vooral vanwege de ligging in de buurt van de tolweg, maar vast ook omdat het een heel mooi aangelegd terrein is met moderne voorzieningen. En vanwege het zwemparadijs dat er naast ligt, en waar je als campinggast gratis in mag. Bij de camping is ook een restaurant waar we ’s avonds eten: Etno Kafana Popović. (Nu weten we gelijk waar de aparte naam van de camping vandaan komt.





Terug naar Nederland
Via oostelijk Kroatië, Slovenië, Oostenrijk en Duitsland trekken we terug naar Nederland. Lees mijn verslag.
This entry was posted in Europa, Routes/verslagen